Wij adviseren u altijd uw schoorsteen te laten inspecteren/vegen voordat u een kanaal of kachel plaatst.
Wij werken samen met Schoorsteenvegersbedrijf Haan.
Steenheuvelsestraat 20
6578 AC Leuth
024-6631600
Lid ASPB- gediplomeerd meester schoorsteenveger
KOOP UW KACHEL NIET TE GROOT
Kies uw kachel in functie van de ruimte die u wil verwarmen.
U krijgt het beste resultaat als u uw kachel bestendig aan zijn nominaal vermogen laat branden. Hebt u een te grote kachel, dan zal die dikwijls op een te laag verbrandingsregime functioneren. Dat resulteert in een onvolledige verbranding. Zoiets is slecht voor uw schoorsteen (verhoogd risico op schouwbrand door roetcondensatie) en het milieu.
| Volume kamer (m3) | Goed geïsoleerd huis | Redelijk geïsoleerd huis | Geen isolatie |
|---|---|---|---|
| 40 | 4 kW | 5 kW | 6 kW |
| 60 | 4,5 kW | 5,5 kW | 7 kW |
| 80 | 5,5 kW | 6,5 kW | 8 kW |
| 120 | 7 kW | 8 kW | 10 kW |
| 140 | 7,5 kW | 8,5 kW | 11 kW |
| 160 | 8 kW | 9,5 kW | *) |
| 180 | 8,5 kW | 10 kW | *) |
DROOG HOUT
Stook alleen droog en onbehandeld hout. Vochtig hout belet u om de volle energie uit uw hout te halen. U verwarmt water in het hout tot stoom Dat is een zeer energieverslindend proces; u krijgt een onvolledige verbranding en er blijft bijna geen energie meer over om u te verwarmen.
Behandeld hout (paletten, multiboardplaten) bevat dikwijls toxische en kankerverwekkende stoffen die bij verbranding vrijkomen in de atmosfeer en zo het milieu belasten.
Gebruik hout dat minstens 3 jaar op een droge en goed verluchte plaats heeft kunnen drogen. Zo verstookt u minder.
EEN ALLESBRANDER BESTAAT NIET
In een multibrandstofkachel kan en mag u niet alles stoken.
Het verbranden van afval, plastic, behandeld hout etc. is bij wet verboden. Door die dingen te verbranden stuurt u giftige kankerverwekkende stoffen in de lucht. Dat is slecht voor uw eigen gezondheid en het milieu. Vermijd ook stoken op een te laag niveau. Dit heeft onvolledige verbranding en roetvorming tot gevolg.
STOOKTIPS VOOR OPTIMAAL GEBRUIK VAN UW HOUTKACHEL
Zorg voor voldoende zuurstof in de ruimte waar de houtkachel staat. Houtkachels onttrekken zuurstof aan de ruimte. In goed geïsoleerde woningen moet men daarom rekening houden met de toevoer van zuurstof.
Witte of kleurloze rook is een goed teken: hout verbrandt dan volledig in de houtkachel en heeft voldoende zuurstof. Grijze, grijsblauwe of zwarte rook wijst op onvolledige verbranding. Daarbij komen schadelijke stoffen vrij. Zorg dan voor meer luchttoevoer
Vuur verbruikt veel zuurstof: een gesloten houtkachel heeft per uur vijftig kubieke meter lucht nodig, een open haard tot 250 kubieke meter. Zorg dus voor goede luchtaanvoer, via ventilatieroosters of een open raam.
Volg voor de juiste manier van luchttoevoer de stookvoorschriften van de fabrikant. Ventileren (ramen of ventilatieroosters openen) is hoe dan ook noodzakelijk.
Open de luchtklep van de houtkachel geheel voor voldoende luchttoevoer om het vuur goed aan te krijgen
Laat ruimte tussen de verschillende blokken hout in de kachel zodat de zuurstof er goed tussen kan komen.
Zorg voor droog hout met een vochtpercentage beneden de 20%. Zie hiervoor ook de houttips. Nat hout kun je niet alleen herkennen door te voelen maar ook door het geluid tijdens het branden. Het geeft een dof geluid bij het knetteren. Droog hout klinkt hoger alsof men met een ijzeren staaf op een tafel slaat. Nat hout klinkt alsof men een boek op de grond laat vallen
Wanneer de houtkachel uit dreigt te gaan zorg er dan voor dat het snel weer een volledig vuur wordt. Niet volledig brandende vuren zorgen voor een onvolledige verbranding die vervuiling veroorzaakt aan het milieu.
Laat een laagje van as over in de houtkachel waar je het hout op kan leggen
Stook niet bij windstil of mistig weer om overlast te voorkomen.
HOE EEN VUUR AAN TE LEGGEN IN EEN HOUTKACHEL
Leg eerst kleine houtjes los op een paar proppen papier; steek dat aan.
Gebruik nooit spiritus of andere vloeibare brandstoffen om de kachel aan te steken. Dit kan ontploffingen of steekvlammen geven.
Leg daarna grotere stukken hout op het vuur. Stapel niet te veel hout tegelijk, maar vul regelmatig bij. Zo kan de houtkachel of open haard op volle capaciteit doorbranden.
Stook het liefst met maximale luchttoevoer (ongesmoord), en stapel het hout niet te dicht op elkaar. Zo kan er voldoende zuurstof bij het vuur komen.
Het doven van vuur veroorzaakt onvolledige verbranding en schadelijke gassen. Laat het vuur daarom zo lang mogelijk uitbranden.
Laat vuur (‘s nachts) niet zachtjes nasmeulen. Doof het volledig met zand of sluit de luchttoevoer af. Bij nasmeulen vindt onvolledige verbranding plaats en ontstaan schadelijke gassen.